Deze nacht al verschrikkelijk slecht geslapen aangezien ik mezelf maar geen houding wist te geven. De pijn trok vanuit mijn middenrif langs mijn zij door naar mijn rug. Vannochtend was het al niet veel beter, waardoor ik dan toch maar naar de dokter ben gegaan. Conclusie: een hevige spierontsteking ter hoogte van de bovenribben. Een weekje rustig aan doen, warme baden nemen, geen zware inspanningen doen, medicatie nemen en dan zou het na een week beter moeten zijn. Eén ding is alvast zeker, het doet echt verschrikkelijk pijn, lachen is het ergste, komiek niet?
“Verdere uitleg volgt nog” zei ik, en bij deze is woord bij daad gevoegd. Mijn eindwerk begint op gang te komen. Ik ben aan mijn thema uit geraakt en weet nu tenminste in welke richting ik mijn onderzoek wil doen. Ik wil eigenlijk de bouwbacterie van de belg onderzoeken, maar die enkel beperken tot het aspect koterijen. De belg en zijn baksteen is al een te vaak voorkomend thema. Ik begin bij de allerkleinsten, die hun eerste kamp maken en die dat als hun heilig plaatsje beschouwen, waar de vriendjes enkel binnen mogen indien ze het geheime paswoord kennen. In de pubertijd en nog enkele decennia later is een kamp maken niet meer aan de orde. Maar op een bepaalde leeftijd begint de man des huizes ineens wel weer een of ander kot te maken waar hij alleen kan zijn, zijn hobby kan uitvoeren en waar alles naar zijn behoefte is ingericht.
Vanwaar toch die drang naar zo een kotje? En zijn er materialen die telkens terug komen? Komt de vrouw des huizes ook wel eens het kotje binnen? Hoe is het interieur in zo een barak? Waarom heeft die ene duif een waar paradijs en die ander een schamel kotje. Elke belg denkt namelijk van zichzelf dat hij ergens ook een architect is. Deze koterijen waren voor mij eerst een bron van afschuwing, omdat ze er maar zo schamel en marginaal uitzagen. Maar de afkeer heeft plaats gemaakt voor een waardering. Geef toe, koterijen in Belgie stralen een bepaalde charme af. Volkomen non-architectuur en toch zijn er veel gelijkenissen onder de koterijen, waardoor we toch op een of andere manier kunnen spreken van een bepaalde bouwstijl.
Er zijn nog veel meer vragen omtrent dit thema maar die stel ik wel aan mezelf en de mensen die deze koterij maken. Ik ben volop bezig aan mijn onderzoek en af en toe post ik dus een selectie van mijn veldwerk op flickr. Vandaag was het de beurt aan de buurt rond Zwevegem en Bellegem.

en nog geen eigen bacteriën hebben gehad, hier leer je hoe ze ze kan breien.
Zo heb je binnen een uur je eigen ziektebeestje. Aandoenlijk toch?

Deze ochtend opgestaan zonder te weten dat ik vandaag zoveel cultuur op zou doen. Eerst had ik een bespreking met de docenten over mijn eindwerk. En ohja, ondertussen heb ik uit al mijn aanbod aan tradities (waarvoor echt mijn oprechte dank aan alle inzendingen) één typisch aspect van België gekozen. Mijn eindwerk heeft als thema— definitief wel te verstaan — koterij. Meer uitleg volgt later nog wel. Na mijn betoog om mijn thema en onderzoek uit te leggen was Hugo Puttaert zo vriendelijk om mij te wijzen op de tentoonstelling van Filip Dujardin, die net open ging in Bozar. Wat doen we dan? Hup op de eerstvolgende trein naar Brussel.
Op de tentoonstelling zijn drie fotoreeksen te zien. Vooreerst een reeks beelden van architectuurprojecten gemaakt in opdracht van het Belgische tijdschrift voor architectuur A+. De tweede serie is gewijd aan barakken: intuïtieve architectuur, in elkaar geknutseld door landbouwers en her en der in het Vlaamse landschap ingeplant. En tot slot een reeks fotomontages, een soort constructie van beelden. (via)

Vooral de fotomontages zitten ingenieus in elkaar en je vraagt je soms af wat nu wel en wat niet echt is. Jammer genoeg zijn er maar 20 foto’s te zien, ongeveer 6 per serie. Maar in dit geval haalt de kwaliteit het zeker boven kwantiteit.
In de Bozar was er een meneer die zo vriendelijk was om me te zeggen dat ik eigenlijk geen foto’s mag nemen, maar dat hij het wel door de vingers wou zien. Nog erger, meneer nam me zelfs mee achter de schermen van de Bozar! Waar ik naar alle believen foto’s mocht nemen. Had ik wel niet de verkeerde lens mee zeker! Maar wie had dan ook gedacht dat ik daar terecht zou komen. Dus ja, veel foto’s heb ik er niet van, en die die ik heb zijn het tonen niet waard.
Na Filip ging de tocht verder naar de tentoonstelling van Alechinsky, waarvan ik zijn werk had leren kennen via de lessen kunstgeschiedenis. Een mooie tentoonstelling van zijn oeuvre. Ikzelf ben meer een voorstander van zijn zwart-witte werken boven de werken vol kleur. Te cobra-achtig. En blijkbaar is Alechinsky typograaf van opleiding, mooi om weten.
Terug in Antwerpen en na een snelle hap was het tijd voor film. Vanavond op het programma: It’s a free world. Ik ga de film niet uitleggen, je moet maar gaan kijken. Een zeer goede film die blijft nazinderen.
Morgenavond de tentoonstelling van Interiors in de fifty one galleries en vrijdagavond afscheidsdrinkje van Ladodo die een half jaar naar Milaan gaat. Het is me de week wel.
En de wachtruimte van het station is ook niet meer wat het geweest is.


De tentoonstelling onderzoekt de liefde voor plaatsen en ruimtes door de ogen van diverse internationale fotografen. Sommige van deze fotografen proberen een emotionele plaats op te wekken ipv een fysiek aanwezig interieur.
Ze zijn voor het merendeel geïnteresseerd in de herinneringen en gevoelens die opkomen bij een bepaald interieur en dat kan gezien worden in het werk van James Casebere, Candida Höfer en Hiroshi Sugimoto. Anderen, zoals Kate Schermerhorn, Andreas Gursky, Lucinda Devlin en Matthew Pillsbury, onderzoeken hoe een ruimte de cultuur weergeeft, die de ruimte gecreëerd heeft en ze gebruikt.
Op een nog ander niveau staat de zoektocht van Friederike von Rauch en Karl Hugo Schmölz naar het vastleggen van de pure architecturale schoonheid van ruimtes en de manier waarop licht en schaduw de ruimte, volume en diepte definiëren.
Abelardo Morell heeft zelfs vele ruimtes volledig omgebouwd tot camera’s, zijn ruimtes zijn gereduceerd tot camera obscuras.
De beelden van deze fotografen tonen ons een divers en persoonlijk niveau in de zoektocht naar het thema ‘Interiors’. Ze hebben als doel om onze waarneming van ruimtes/plaatsen uit te dagen, hoe wij ruimtes zien en hoe we ze ervaren.

Vooral het werk van Friederike von Rauch spreekt mij enorm aan. Is het de leegte, de stilte of de rust, ik weet het niet maar het beroerd me. Het lijkt alsof op elk moment iemand net de ruimte in kan wandelen. Spanning om niets, een verstilling. Ook het gebruik van film, die kleuren (als we al over een kleurenpalet kunnen spreken) en de setting vind ik volledig geslaagd. Minimalistische fotografie, vaak op het randje van abstractie. Voor haar alleen al zou ik naar de tentoonstelling gaan.
De opening is op donderdag 24 januari, vanaf 18u tot 21u.

Voor mijn eindwerk ben ik op zoek naar de Belgische gewoontes. Of beter omschreven ‘bestaat er zoiets als een belgische gewoonte en/of traditie?’ Dat is de hamvraag van mijn onderzoek. Tal van boeken en sites heb ik al geraadpleegd maar deze boeken behandelen alleen maar over het algemene beeld van de etende, drinkende en feestende belg. Tuurlijk hangt onze traditie nauw verbonden met die aspecten maar ik wil eens ander aspect van onze gewoontes aan het licht stellen.
Ik wil het hebben over de details van onze dagelijkse gewoontes. Bvb over welke spelletjes speelden de kinderen van vroeger en wat blijft daar nog van over? dat je in belgië je schoenen in de meeste huizen niet uit moet doen als je binnenstapt. Dat we maar één keer op de bel drukken. Dat ramenwassen een wekelijkse gebeurtenis is waar de meeste mensen die dit doen dan ook voor dag en dauw opstaan omdat alles moet gedaan zijn tegen het eind van de dag, ook al zijn ze bejaard en hebben ze de godgase dag de tijd daarvoor. Dat bijna elk gezin in de garage een paar gummy botten heeft om iets in de tuin de doen.
Het zit hem in de details en nu net die heb ik nodig. Als je een bepaald gebruik, gewoonte of traditie kent. Gelieve het mij te laten weten. Ik ben op zoek naar de gewoontes van de belg. Dus gelieve allemaal eens na te denken en laat het mij weten.
Aan iedereen die leest, gelieve dit dan ook massaal te verspreiden. Het kan mij geweldig vooruit helpen.
Ik had nog nooit in een auto gezeten wanneer het vehicle door zo een automatisch parcours van een carwash moet. Het deed mij beetje denken aan de tijd van het spookhuis dat je dan in een wagentje mocht stappen en er het hele traject maar in vast zat terwijl jij niets aan de situatie kan veranderen. Maar het was een fijne ervaring.
De structuurtjes die op het raam onstonden door de zeep vond ik wel mooi, vandaar dat ik dan maar wat fotokes had gepakt (met de DoNotPhone van DoNotFold tuurlijk).

Gisteren met T. en D. naar de opening gegaan in de Lucy.
Pioniers Logan Hicks (US), Swoon (US) en L’Atlas (FR) teisteren de straat sinds jaren met hun stencils, posters en plakbandtekeningen, terwijl illustrators Ephameron (BE), Sebastiaan Van Doninck (BE), Nigel Peake (UK) en Marcus Oakley (UK) op hun eigen manier succesvol aan de weg naar internationale faam bouwen door middel van publicaties, tentoonstellingen en opdrachten. Alle geselecteerde kunstenaars zijn even gedreven om te tonen wat ze graag doen en waar ze bekend voor geworden zijn. Deze kunstenaars zijn dan ook allen professioneel bezig met hun werk en internationaal bekend in het street art / post graffiti / illustratiemilieu, een wereldwijde beweging die sinds eind jaren ’90 ook commercieel succes begint te boeken in galerijen en musea. Deze veelzijdige cross-over tussen high art en low art heeft immers veel potentieel en kan gezien worden als een vervolg op de pop art.
via

Deze keer viel mijn oog op de overgevoelige en gedetailleerde tekeningen van Nigel Peake. Die had voor deze expo een reeks gemaakt rond het thema ‘Schuurtjes’ oftewel ‘Sheds’. Met een miniscuul pennetje, urenlang gezwoeg en evenveel geduld tekent hij een welbepaalde schuur neer. Dit kan zijn in zijn omgeving of alleen de schuur op zich. Daarvan vormen zich dan varianten die hij soms voorziet van ietwat kleurgebruik. De tekeningen bevatten zodanig veel details en geen enkel streepje of stipje is hetzelfde. Van engelengeduld gesproken.
Ik vind het geweldig mooi en het is zeker de moeite om tot het achtste verdiep te gaan, enkel en alleen al om zijn tekeningen te zien.