Het wordt tijd dat ik nog eens een bezoek breng aan het fotomuseum aangezien er verschillende tentoonstellingen zijn die ik zeker wil zien. Deze avond kon ik vanop mijn werk het volk zien toestromen voor de opening van de zomertentoonstellingen. Volgende week ergens zal ik er tijd voor maken.
De proclamatie (geslaagd met grote onderscheiding) en het feestje dat daarop volgde was een succes.

Nu nog wat bekomen van de hectische dagen.
Vandaag was ik gaan werken, wat er voor zorgde dat ik na een half jaar weer eens wat geld had om naar de kapper te gaan. Zalig vind ik dat, in die lavabo verzeild geraken (letterlijk want na 5 minuten krijg ik altijd kramp in de linkerkant van mijn nek). Daarna gaan ze met hun handen en nagels over je hoofdhuid wat rillingen van genot geeft. Maar daarna komt het, het moment dat ik haat: “Wat moet er gebeuren?” Dat ik het eigenlijk zelf niet weet. Ik weet geen raad met mijn haar. Nu het moet gezegd, ik heb een gigantische bos haar op mijn hoofd. Als ik mijn haar in een staart doe, dat in 4 deel, heb ik nog meer haar vast dan wat Mr. Donotfold op zijn hoofd heeft staan. Ik ga heel graag naar de kapper, maar eens in de stoel beland vraag ik me altijd af wat ik daar in godsnaam doe. Ik hou niet van mijn bos haar, het is te wild, te fluffy, te moeilijk te onderhouden en het vergt te veel inspanning. Het is niet stijl, ook niet recht maar ook zeker niet volledig krullend. Het valt niet mooi uit zijn eigen en als het regent kroest het als een afro-kapsel.
Ik zeg nog tegen de kapper: “Wees gewaarschuwd, ik heb echt veel haar”
Hij: “Ja maar daar dienen wij toch voor?!”
Ik: “Okee, dan zal ik je maar vertrouwen zeker?”
De collega kapster en klant naast hem: “Amai ja, gij hebt echt een bos haar!”
Na het knippen is het tijd aan het brushen waarop ik weeral zeg: “Oppassen met het volume, ik heb dat al genoeg uit mijn eigen!”
Hij (na 10 min drogen): “Oei, ja nu snap ik het. Het is echt wel nogal onstuimig hé!”
En dan moet een mens kalm blijven terwijl je de paniek op zijn gezicht ziet verschijnen.
Zit ik hier nu, met een enorme neiging om morgen een muts aan te doen om naar de proclamatie en de finale te gaan.
Vrijdag was het zover, de jury. Over het algemeen kreeg ik er een goed gevoel bij. Ze stelden vragen, ik kon er goed op antwoorden, ze waren geïnteresseerd en ze konden volgen. Dat is al heel wat. Het is niet simpel, om in 10 minuten een half jaar onderzoek uit te leggen aan mensen die er volledig buiten staan. Het moet goed zijn overgekomen want het resulteerde in een “geslaagd” door de directeur, zaterdag om 21u45. Het was een mooi en emotioneel moment, dat afroepen van de studenten. Hier en daar een kreet van geluk, opgelucht gezucht en vooral emoties van ontlading.
Het is tijd voor een nieuwe fase, een nieuw hoofdstuk dat hopelijk ook even interessant, boeiend, spannend en verrassend zal zijn. Ondertussen is het wat moeilijk om mijn draai te vinden. Het is vreemd, geen doel hebben en gewoon je dag door te komen. Ik loop er wat verdwaasd en verloren bij en geef mezelf constant taakjes om de tijd te verdrijven.
Nu doe ik alles op het gemak, ik moet telkens aanwezig zijn op de tentoonstelling en de bureau moet dringend opgeruimd. Jury-tijd is rommel-tijd, niet ideaal voor de wederhelft. De maand juli zal in het teken staan van het opstellen van de cv, het aanvullen van de portfolio en sollicitaties voorbereiden. Optimistisch gezien, hoop ik in augustus of september werk te hebben gevonden. Het worden weer spannende tijden.
En oh ja, als er iemand een grafisch vormgever zoekt, bij deze; ik ben vrij vanaf 1 augustus. Vertelt het voort!

Na een mislukte poging (het boek moest volledig opnieuw geprint worden, want er was iets fout gelopen bij het snijden) ben ik nu toch blij dat hij eindelijk af is. Het boek, mijn eindwerk gevat in een publicatie. Neen, ik zet hier geen foto’s bij, want je kan hem bezichtigen op de tentoonstelling. Tot dan!
Het is bijna zover, morgen gaan lien en ik naar de drukker om ons werk te laten printen. Het heeft een paar maanden geduurd om tot onderstaand resultaat te komen en hopelijk bevalt het de jury. De foto’s tonen mijn dummy die ik had geprint om te testen wat het zou geven. Morgen alles laten printen, lijmen en een softcover errond. Tegen de avond ben ik hopelijk de trotse bezitter van het boek. Het zijn spannende tijden.






De finale van de masterproeven is op 22 juni van 14-18u, op 23 en 24 juni van 18-21u. Dit in de oude jeugdrechtbank, Koningin Elisabethlei 18, 2018 Antwerpen (naast het provinciehuis). Weest allen welgekome!
Het is me ook wat te druk om nog over andere zaken te bloggen en constant over het eindwerk wordt ook maar wat te saai. Gelukkig is er in Breda vanalles te doen waar het momenteel interessanter is. Zo is er het Graphic Design Festival Breda dat nog loopt tot 29 juni en werd er gisteren het eerste Graphic Design Museum van de wereld geopend. Een citytrip Breda krijgt plots meerwaarde, en ik ben er wel voor te vinden.
Ook al is dit de nieuwe mode, het zal lang duren eer ik daar aan mee doe.

Het speelpleintje op het zuid, daar speelt ze o zo graag. Alleen jammer dat er eigenlijk niet wat meer omheining rond is. In New York zijn alle speelpleintjes omheint, en dan nog eens voorzien van een sluisdeur systeem. Dit om te voorkomen dat de kinderen zomaar de straat op zouden kunnen lopen. Zo ben je als ouder meer op je gemak en kan de kleine eens flink stoeien en zijn gang gaan. Misschien een goed idee voor hier, want kinderen kunnen snel zijn, heel snel.

Dat komt hier niet zo vaak aan bod. Maar af en toe heb ik ook mijn uitspattingen. Onlangs kocht ik dit superfantastisch kleedje, het is mijn duurste aankoop ooit. Nog nooit heb ik gedurfd om zo veel geld neer te tellen voor een kleedje. Het moet gezegd, het is dan ook uitstekende kwaliteit. Filippa K maakt stukken die ik ontzettend mooi vind, basics maar net met dat ietsje meer. De afwerking is subliem, er zitten zelfs verstelbare elastiekjes in, zodat de taille aan te passen is. Gelukkig sta ik hier niet op de foto, maar degenen die mij kennen, weten dat dit kleedje echt iets is voor mij.
