We hebben al veel in Antwerpen rondgewandeld, niet moeilijk als je er woont. Dat doen we vooral ‘s morgens vroeg, wanneer Antwerpen nog maar net ontwaakt en het leven er nog niet in zit. (Mijn favoriete tijdstip ook om te fietsen of te gaan lopen). De vogeltjesmarkt afschuimen, voor het grote publiek winkelen om daarna rond een uur of half elf te ontbijten. Het ontbijt vind ik ongelooflijk belangrijk, niet alleen omdat dat uw gezondste en stevigste maaltijd moet zijn maar vooral omdat ik daar enorm van wil genieten, mijn tijd wil voor nemen en gezellig samen zijn met de persoon waarmee je ontbijt.
Op veel plaatsen is het ontbijt ronduit belachelijk. Een croissant (hier noemen ze dat croissant, maar het is niet meer dan een afgebakken stel bladerdeeg, zelfs zonder echte boter), een chocoladebroodje (wie eet dat nu als ontbijt?) en dan een beetje beleg (van dat goedkoop spul) en koffie of thee. Een zachtgekookt eitje blijkt op vele plaatsen een cullinair hekelpunt met alle gevolgen vandien. Dat noem ik geen ontbijt.
Er is maar één plaats in heel Antwerpen die het waardig is om vermeld te worden als het over ontbijten gaat: Hangar 41. De lunchkaart zag er de vorige keer ook bijzonder aantrekkelijk uit. Op zondagochtend staan er mensen aan de deur voor openingstijd om een tafeltje te kunnen bemachtigen. Het interieur is mooi, de bediening goed en het ontbijt is niet duur (9 euro). Ontbijten zoals het hoort:



Naast hoofdgerechten kan ik me ook volledig geven in desserts. Zo ben ik momenteel een beetje in de ban van de cupcakes. Onlangs had ik de bovenstaande gemaakt voor een vriendin en haar helpers, omdat ze aan het verhuizen was.
Voor de geïnteresseerden, hier kan je al je materiaal vinden: De Taartenfee. De kunst is om luchtige, niet al te zoete, opgepofte en smakelijke cupcakes te maken. Die van The Foodmaker zien er altijd zo heerlijk uit dat ik het niet kon laten om zelf ook aan de slag te gaan. Jammer genoeg zien mijn cupcakes er niet zo enorm opgepoft uit als die van hun. Maar er zit al iets van een champignon-vorm in, we blijven proberen. De volgende keer misschien nog meer deeg in het papiertje doen. Iemand suggesties?
En dit lijkt me wel heel leuk en gezellig in plaats van een veelvoorkomende bruidstaart.

© Naomi
Zo kan je ons omschrijven, hij: zeer digitaal en webber, ik: analoog en printer. We hadden ooit zelfs het idee om — als we twee honden zouden hebben — we ze Pixel en Vector gingen noemen. En dat had volledig gepast geweest.
Dit soort honden willen we omwille van hun karakter. In het begin vond ik ze maar niets en echt lelijk. Maar hoe meer ik ze zie, ook in het echt, hoe meer ik kan genieten van hun gracieuze manier van wandelen en de rust die ze daarbij uitstralen.
Hieronder foto’s uit een mooie flickr reeks van Henk.


Ze maakt weldoordachte, simplistische maar heel sterk vormgegeven boeken. Laten we zeggen dat ik een fan ben.




Dat is wat ik heb overgehouden aan de zovele malen telefoneren met die maatschappij. Wij hebben in 7 jaar al 6 keer verhuisd, en al die keren was er wel iets fout met de aansluiting en de betaling aan Electrabel. Ik ga hier geen relaas houden over die kwesties want dan ben ik 4 blogposts bezig. Nu wonen we eindelijk in een appartement waarvan we voor het eerst in jaren het gevoel van ‘thuis’ kennen. Voor het eerst in jaren dachten we, dat alles van begin tot einde in orde ging zijn en dat ik niet meer naar bepaalde instanties zou moeten bellen met ook maar iets van meterstanden in de hand.
Niets is dus minder waar, we hebben het verdorie weer aan onze rekker! Dit keer niet de schuld van Electrabel, maar van Eandis. Of dat waar is laat ik in het midden, want ik ben zo’n conversatie kostbeu. Deze week kreeg ik een e-mail binnen met excuses en blabla… Maar vooral met de melding, dat V. (contactpersoon bij electrabel) mij ging contacteren. V. had ook al de meterstanden van toen we het appartement voor het eerst betraden en had enkel nog de meterstanden van deze maand nodig om — hou je vast — het afgelopen half jaar in rekening te kunnen brengen. Ik ben benieuwd hoeveel we deze keer moeten ophoesten. Als ik rondhoor blijkt het bij andere leveranciers geen haar beter te zijn. Ochja, wij zijn maar de consument nietwaar?
Waarom bestaat er niet zoiets als een leefpakket? Laten we er van uitgaan dat dat bestaat. Er zijn verschillende versies van te verkrijgen (hypothetisch). Een standaard, een plus en een deluxe. In elk pakket zit: electriciteit, gas, water, internet en tv-aansluiting. Het gekozen pakket bepaald hoeveel je voorzieningen zullen zijn. Bij elk pakket krijg je ook telkens een soort van meter om te zien hoeveel je al hebt gebruikt van je pakket. Zo blijft alles overzichtelijk en kan je indien nodig zuiniger leven om toch met je pakket rond te komen. En vooral, alles onder één factuur met een vast maandelijks bedrag en geen jaarafrekening.
Dat wil ik voor kerst, dat en niets anders!
Ik had jullie een verslag beloofd, bij deze:
Het debat was zeer goed georganiseerd. Het zaaltje (alhoewel, de zaal) was een perfecte locatie voor het debat. Er was een ontspannen sfeer, de mensen die aanwezig waren waren geïnteresseerd en de sprekers waren mensen met een uitgesproken mening. Wat belangrijk is, want ik kan niet tegen mensen die met de wind meedraaien, gewoon omdat er andere mensen meeluisteren.
De inhoud dan. De hamvraag ging voornamelijk om het feit, of je als grafisch vormgever wel kunt werken in een reclamebureau. Er werden allerlei meningen de lucht in gestuurd. De Singel bijvoorbeeld had beroep gedaan op een reclamebureau en had daar een positieve ervaring mee. Let wel, De Singel had dat reclamebureau nodig voor het onderzoek, de daarbij horende strategie om daarna verder te werken met een grafisch vormgever. Alleen is het voor vormgevers nogal moeilijk om te werken met – en naast- reclamemensen. Na het ganse debat kunnen we stellen dat:
- reclamebureaus te veel als tussenpersoon fungeren bij culturele instellingen. Laat dat nu eens duidelijk zijn, wij werken liever rechtstreeks, bellen naar de juiste persoon en mailen ook direkt naar die persoon. Want rechtstreeks contact is juist en goed.
- diezelfde bureaus ook veelal rond de pot draaien. (Voornamelijk de pot met geld naar mijn mening).
- de vormgevers het moeten stellen met de kruimeltjes die overblijven van het budget, eens de grote bureaus gepasseerd zijn.
- het er eigenlijk op neer komt, om uw instelling volledig te laten onderzoeken en doornemen door een reclamebureau, dat hoofdstuk dan af te sluiten en dan overstappen op een grafisch vormgever. En dat is nu net het contradictorische.
Want ik kan er in komen dat reclamebureaus voor instellingen een belangrijke rol kunnen spelen. Waarom kunnen bvb de reclamebureaus niet het onderzoek doen? Wat is daar mis mee? Die mensen hebben daar voldoende ervaring in en zien direct de hiaten in een welbepaalde strategie die een culturele instelling (misschien al jaren) aanhoudt.
Aan de andere kant is het ook moeilijk om als vormgever een idee of strategie, dat niet uit jezelf komt, vorm te geven. Het is alsof je een pakket aangereikt krijgt van iemand anders, en daar moet je dan maar iets moois en zinnigs mee maken. Daarom opteren veel mensen er voor om ook de grafisch vormgever het werk van het marktonderzoek en strategie te laten doen. Ik ben daar niet tegen, alleen is het de vraag: Hoeft dat wel? “Kunnen we die twee specialisaties niet gewoon meer naar elkaar toe laten komen?” zei Hugo Puttaert. “De vormgever al betrekken bij de strategie? Het reclamebureau al mee laten denken over vorm?”
Het doel is uiteindelijk om een eigen gezicht te geven aan een bepaald instituut. Wie heeft hierin dan het laatste woord, de vormgever? het reclamebureau?
Hugo Puttaert zei:
“Een ontwerp staat nooit los van een strategie, alleen kan de hiërarchie anders”
Een citaat die bovenstaande volledig samenvat:
“Ik werk niet met reclamebureaus, ik werk liever efficiënt.” Tom Hautekiet
Uit alles wat gezegd is geweest kunnen we besluiten dat er in België heel veel talent zit. Alleen moeten de jonge vormgevers durven.
Het werd ook al snel duidelijk dat de jonge vormgevers ook kansen moeten krijgen. Gevestigde waarden en instituten als bvb BUDA, of De Singel moeten ook ruimte laten voor experiment. Zij moeten durven onbekende vormgevers aan te nemen en een identiteit te laten uitbouwen. Rock Werchter heeft zelfs al geen affiche meer nodig, dus waarom niet eens volledig iets anders proberen?
De opdrachtgevers willen te veel op veilig spelen en daardoor vissen ze te veel in dezelfde belgische vijver vormgevers.
Ik had vooroordelen over werken in een reclamebureau, en die avond heb ik met een paar mensen gepraat die er dus werken. Mijn vooroordelen werden alleen maar gestaafd.
Ikzelf zou nooit in een reclamebureau kunnen werken. Leg aan een klant maar eens uit dat je het lettertype Helvetica fantastisch vindt, behalve de kapitaal R. Dat je bijna extatisch wordt van een Egyptienne Italic en dat dat bepaald soort papier zoveel meerwaarde geeft aan je ontwerp. De klant ziet dat zitten om duizenden euro’ s uit te geven aan website, campagne en zoveel meer, maar een font dat 200 euro kost?
Het debat heeft allerlei vragen opgelost, maar ook nieuwe vragen in de plaats gegeven. Grafisch vormgevers en reclamebureaus, het blijft een eeuwige discussie. Alleen, ik hoef die nu zeker met mezelf niet meer te voeren, ik ben er aan uit.
dan mag het zeker op zijn zweeds ingericht worden. Aangezien ik nogal gevoelig ben voor winterdepressies, is licht een noodzaak. Donkere huizen zijn totaal niet aan mij besteed en deze interieurs bieden een bron van inspiratie. Licht, overzichtelijk, hedendaags maar wat zeer belangrijk is; gezelligheid en huiselijkheid. Want dat zorgt ervoor dat een mens graag thuiskomt.


Het is een detail, maar bespaart zo enorm veel onnodig tijdverlies ‘s morgens.

Deze namiddag is er een zeer interessant debat gepland. Enkele vragen die aan bod zullen komen zijn:
“Zijn de persoonlijke stijl van een grafisch ontwerper, de identeit van een cultuurhuis en de verwachtingen van het publiek te rijmen in één beeld?”
“Zou u als ontwerper willen werken voor een reclamebureau?”
Op deze vraag zou ik al een ‘nee’ kunnen antwoorden.
“Is samenwerken met een reclamebureau voor een culturele instelling een gemakkelijkheidsoplossing?”
De moderator Franky Devos, directeur Kunstencentrum BUDA, animeert een debat tussen Johan Wambacq (Kaaitheater), Kristien Gerets (deSingel), Geert Troch (communicatiebureau DVN) en grafisch ontwerper Tom Hautekiet.
Hugo Puttaert, Carolien Glazenburg (conservator van de affichecollectie van het Stedelijk Museum Amsterdam), kunsthistoricus Karl Scheerlinck en grafisch ontwerper Mathias Timmermans gaan eveneens in gesprek met Franky Devos en lichten methodiek en invalshoeken van de jury toe.
16.00 Debat, met ruimte voor vragen vanuit het publiek.
16.40 Stichting Folon over de Afficheprijs Folon 2009 voor jonge artiesten
17.00 Toelichting juryverslag
18.00 Receptie met live jazzmuziek door Wim De Busser Quartet
Plaats: Veilinghuis Bernaerts, Verlatstraat 16-22 Antwerpen Zuid
update: het was uiterst interessant en het verslag volgt één van de komende dagen.