Het is weer zover, we zitten binnenkort weer met een invasie. Er zijn zes, jawel zes vrienden/kennissen die zouden moeten bevallen binnen hier en twee maanden. Dan moeten we weer van hot naar her, pamperrekeningen aanvullen, gezellige cadeautjes kopen en meerdere keren vragen “en is alles goed gegaan?” en vol verwondering en verbazing al die kleine wezentjes eens vastpakken. Dan trekken grote mensen gekke bekken en spreken ze ineens alsof medeklinkers nooit hebben bestaan. Agoegoegoe, Atatataa…
Ik vind dat fantastisch, die baby’s. De geur, de geluidjes en vooral hoe je niet kunt vatten dat zoiets kleins nog alles moet leren. Duim en wijsvinger bij elkaar krijgen om zo te kunnen grijpen. Van liggen naar rollen, naar sluipen om dan over te gaan in kruipen en wiebelend stappen. Ondertussen hebben ze al je hebben en houden al een paar keer op de grond gegooid en alle voorwerpen in je huis gezegend door speeksel en kwijl van eigen makelij.
Wij hebben er geen, maar af en toe komen er van die kleintjes op bezoek en dat vinden we wel plezant. Dan slapen ze in een klein kamertje die we een beetje voorzien hebben om een reisbedje in kwijt te kunnen maar echt volledig ingericht als baby-logeerkamer doen we niet.
Moest ik ooit toch zo een kamer nodig hebben, dan liefst met allemaal spulletjes zoals deze:
en dit behang mag tegen de muur met bijhorend lichtgevend konijntje voor ‘s nachts.
Deze jonge groep heb ik nog maar recent ontdekt. Hun muziek heeft iets folks/indie-achtig maar heeft toch een serieux over zich. Ze komen naar België en het is vreemd dat een ticket dan maar 5€ kost, want volgens mij zijn ze meer waard.
Komt dat dus allen zien! Ik ben zeker van de partij op hun concert en de ticketjes liggen al klaar aan de kassa. Jeej!
Een bowerbird (prieelvogel) zijn van die vogeltjes die enorm veel moeite doen om hun nest te doen opvallen. Sommigen verzamelen daarbij bvb alleen maar blauwe voorwerpen. (Komt er dus van, als je te veel naar National Geographic kijkt als klein kind. Dat je van die onnozele dingen onthoud)
Deze ochtend om 6u30 bruut wakker gebeld aan onze deur. “Politie Antwerpen, heeft u een wagen met nummerplaat …, zou je dan uw wagen nog kunnen verplaatsen of ze gaan hem takelen”.
(Ze zijn bij ons begonnen met de grote lenteschoonmaak, een ludieke actie waardoor alle auto’s in de buurt maar moeten proberen om in een andere overvolle buurt te parkeren.)
In eerste instantie haat ik het, als mensen mij uit mijn bed bellen, telefoneren of wakker maken. Maar geef toe, het is wel verdomd handig dat ze ons tenminste nog eerst verwittigen en de kans geven om hem te verplaatsen. We zijn al 4 keer zo uit ons bed gebeld en telkens nog ruim op tijd voor de takelwagen.
Merci voor deze onverwachte en pijnlijke, doch vriendelijke ochtendservice.
Hele mooie illustraties en werk van Guillaume Ninove. De lijnvoering, het bijna lege en pure vlakwerk doen mij denken aan het werk van Nigel Peake. Tekeningen waar uren werk in zit, met het potlood en kleurpotloden, met gevonden papiertjes en stickers. Heerlijk.
Misschien moet ik zelf ook maar eens terug beginnen tekenen, lijkt me geen slecht idee.
Wat doe je als je een vreemde aandoening hebt aan je huid (Dermatographia)? Ariana Page Russell maakt er kunst mee. Het ziet er soms pijnlijk uit, maar dat is het niet. Haar huid zwelt gewoon heel hard op bij de minste schram of het kleinste wondje, een half uurtje later is de zwelling al weer verdwenen. Met dit fenomeen maakt zij grafische patroontjes, tekeningen en typografische toepassingen in haar huid.
Soms zit geluk in kleine dingen, zoals in een fruitmandje in een winkeltje. Laat me dit even nader toelichten.
Vorige zaterdag waren we in drogisterij ‘De Spons’. Een winkel waar je alleen maar poets en huishoudelijke dingen vindt. Wat hadden we nodig? Een mat, op maat voor onder meneer zijn drumstel. (dat ding maakt nogal aanzienlijk lawaai, kunnen de onderburen beamen).
Enfin, mat besteld en ineens zag ik in de verte een oud metalen fruitmandje waarvan de vorm mij bekend voorkwam. Ik vond het zeer mooi, lekker nostalgisch, met een knipoog naar de jaren hmmm,… ’50? De vrouw in kwestie keek mij raar aan toen ik met het ding aan de kassa stond. “Goh, dit oud ding? Weet je wat, ik geef het aan je mee voor de helft van de prijs!” De dame was precies blij dat ze ervan af was, en ik legde heel blij 1,5 euro op de toog.
Thuisgekomen, wou ik aan hem (die met zijn ogen rolde toen ik met het onding aan de kassa stond) even verduidelijk waarom ik zo blij was. Niet allen omdat ik de vorm zo mooi vond, ook niet omdat ik zo een mandje al een tijdje wou hebben, maar omdat ik al eens had gezien dat zo’n ding normaal 75 euro kost! Toegegeven, het gekochte mandje is al wat aangeslaan door de tand des tijds, maar dan nog. Mooie vormgeving voor 1,5 euro, jeej!
Soms zit geluk in kleine dingen, zoals in mijn fruitmandje.
Ligt het aan mij, of is de grootte van de tekst een beetje aan de
kleine kant om makkelijk te kunnen lezen. Wat denken jullie?
Dit zien we vanuit ons slaapkamerraam, vanaf nu is het weer aangenaam om naar buiten te kijken. (woordspeling; weer als in terug, en weer als in klimatologische toestand)
Sinds ik werk begint alles wat in een stramien te vallen. Alles behalve de uren na het werk, die blijven nog altijd wat hectisch. Deze week echter is (bijna) elke avond gereserveerd om lopende projecten af te werken. (morgen krijgen we trouwens de resultaten van onze fotoshoot, man wat is dat toch spannend)
Maar het stramien dus, dat openbaart zich op een – naar mijn normen – nieuwe manier; Als ik naar mijn werk fiets heb ik geen horloge meer nodig want ik kan mijn 10min trip naar het werk volledig aflezen aan wat er op straat gebeurd.
Kom ik mijn deur buiten en staat er een zwerm mensen aan een hekken te wachten, dan weet ik dat het nog voor 9u moet zijn, aangezien dan de carrefour nog niet open is. (waarom die drang om daar als eerste te staan, een paar minuutjes binnen blijven in de warmte lijkt me comfortabeler). Verderop rij ik de parking van het provinciehuis op. Op een zonnige ochtend als vandaag ligt ze er op haar schoonst bij. Ze ligt wat hoger, is een open lege vlakte waardoor het ochtendzonnetje er een mooie schijn nalaat.
Daarna zie ik ook altijd nog R, een collega van Mr DoNotFold, van de tram richting TheseDays stappen. Vervolgens kom ik dan iets verderop een vriendelijke jongeman tegen, te voet, van het sportieve type, altijd met zwarte jas die me een vriendelijke glimlach teruggeeft.
Staat er geen zwerm, dan moet ik zodadelijk wat sneller fietsen, want dan ben ik aan de late kant. Dan staat de parking van het provinciehuis al voller en is R waarschijnlijk al op het werk. Naast het Albertpark is die ene straat dan ook al volzet met stilstaand verkeer. Dan kom ik ook die ene ietswat gekke doch vriendelijke mevrouw tegen, in haar felpaarse jas met groen mutsje ook op de fiets. (voor zolang het nog winter is tenminste).
Vanaf september is dit mijn vaste weg op weekdagen, en ik begin er de hoekjes en kantjes van te kennen. Ik begin de mensen te herkennen die in de buurt rondwandelen en zijn mij ook. Dat merk je aan een beleefde maar toch herkenbare ingetogen glimlach. Een teken van ‘jou ken ik nu al een beetje, jij passeert hier nog wel eens’.
Eenmaal aangekomen op mijn werk, zet ik mijn stalen ros (hoewel het dezer dagen eerder mijn roestig staal is) altijd op dezelfde plek. Onder het afdakje, waardoor mijn gat in de terugweg droog blijft. Zo ook weer morgenochtend.
Ik wou een beetje structuur in mijn leven, voila, daar heb ik het.
reacties