Naar aanleiding van de 70ste verjaardag van Panamarenko (nu vrijdag), heeft Radio 1 een ludieke actie opgezet. Samen met de luisteraars wordt er een nieuw panamarenko ontwerp gemaakt. HEt belgische design-kunstenaarsduo Weyers en Borms stellen elke dat de evolutie van het ontwerp voor.
Je kan ook zelf je suggesties doormailen en alles kan dan live gevolgd worden via de webcam. (actief tussen 11 en 12u)
Maar vooral hun tekeningen zijn fantastisch:



Wat doe je als je een vreemde aandoening hebt aan je huid (Dermatographia)? Ariana Page Russell maakt er kunst mee. Het ziet er soms pijnlijk uit, maar dat is het niet. Haar huid zwelt gewoon heel hard op bij de minste schram of het kleinste wondje, een half uurtje later is de zwelling al weer verdwenen. Met dit fenomeen maakt zij grafische patroontjes, tekeningen en typografische toepassingen in haar huid.
Zachte lichaamspoëzie om de week mee te starten.


Typisch vlaanderen; een kunstenaar heeft geld en de mensen kunnen het weer niet appreciëren. De Wim, ik hou er wel van. Niet alleen van zijn werk maar ook zijn nobele ideeën. Hij wou van het kasteel van Kwatrecht een museum maken voor hedendaagse kunst. Iets wat ik alleen maar kan aanmoedigen. Maar dat was buiten bekrompen vlaanderen gerekend! Blijkbaar zijn de omwonenden tegen het project en zijn ze begonnen met petities. De bevoegde instanties daar doen nu wat moeilijk over de vergunningen en voila, gedaan met het schone project. De gracht rondom het kasteel heeft er 10 jaar vervuild bij gelegen, Mr. Delvoye laat de boel schoon in ere herstellen, en wat krijgt meneer? Een boete van 5000 euro omdat hij twee jonge boompjes omver had laten maaien om aan de gracht te kunnen. In zijn recente aankoop hoopt hij nu wel een museum op te kunnen richten.
Het is weer typisch; nijd en haat tegenover een welstellende, beroemde maar vooral verschrikkelijke goede kunstenaar. Dat natalia of weet ik veel wie in een cabrio rijd dat kan de modale belg wel aan. Of dat Brangelina een huis koopt zo groot als Kortrijk, ook geen probleem. Maar een internationale belgische kunstenaar — die het doel heeft kunst terug bij het volk te brengen — daar vitten ze wel weer graag op hé! Ze zouden zijn pollekes moeten kussen verdorie en die mens dankbaar zijn om zijn ingesteldheid.
Binnenkort is het weer zover: Van stof tot Asse
Een mooie en subtiele triënnale over actuele kunst in het Vlaams-Brabantse Asse.
Verspreid over 8 locaties kan je het werk bekijken van 10 hedendaagse kunstenaars. De locaties zijn doorgaans leegstaande panden en openbare ruimten (elk met hun eigen geschiedenis), waarin de kunstenaars op één of andere manier een ingreep deden of er hun werk in tentoonstellen.
Het resultaat is zowel intiem als bevreemdend maar steeds erg verrassend.
De vernissage heeft plaats op zondag 17 augustus 2008, om 15u in het CC Oud Gasthuis in het centrum van Asse. De tentoonstelling loopt tot en met 14 september en is open elke zaterdag en zondag van 14u30 tot 18u30.
Er wordt ook een eigenzinnige catalogus uitgegeven.
Alle reproducties van het werk op de diverse locaties dien je er –als een echte collectionneur– zelf in te kleven… (misschien iets zoals de vroegere artis historia boeken)
Ik wil vooral het werk zien van Kurt Stallaert. Een fotograaf – en ook regiseur – die bepaalde personen in een situatie plaatst, waar ze helemaal niet thuishoren. Zo heeft hij een reeks waarin bodybuilders-vrouwen in de huid kruipen van officiële en formele situaties. Het geheel aan beelden geeft een bevreemdend gevoel waar je naar kan blijven kijken.

‘Bodybuilder, kantoor’, 2008 / foto © Kurt Stallaert
Deze ochtend opgestaan zonder te weten dat ik vandaag zoveel cultuur op zou doen. Eerst had ik een bespreking met de docenten over mijn eindwerk. En ohja, ondertussen heb ik uit al mijn aanbod aan tradities (waarvoor echt mijn oprechte dank aan alle inzendingen) één typisch aspect van België gekozen. Mijn eindwerk heeft als thema— definitief wel te verstaan — koterij. Meer uitleg volgt later nog wel. Na mijn betoog om mijn thema en onderzoek uit te leggen was Hugo Puttaert zo vriendelijk om mij te wijzen op de tentoonstelling van Filip Dujardin, die net open ging in Bozar. Wat doen we dan? Hup op de eerstvolgende trein naar Brussel.
Op de tentoonstelling zijn drie fotoreeksen te zien. Vooreerst een reeks beelden van architectuurprojecten gemaakt in opdracht van het Belgische tijdschrift voor architectuur A+. De tweede serie is gewijd aan barakken: intuïtieve architectuur, in elkaar geknutseld door landbouwers en her en der in het Vlaamse landschap ingeplant. En tot slot een reeks fotomontages, een soort constructie van beelden. (via)

Vooral de fotomontages zitten ingenieus in elkaar en je vraagt je soms af wat nu wel en wat niet echt is. Jammer genoeg zijn er maar 20 foto’s te zien, ongeveer 6 per serie. Maar in dit geval haalt de kwaliteit het zeker boven kwantiteit.
In de Bozar was er een meneer die zo vriendelijk was om me te zeggen dat ik eigenlijk geen foto’s mag nemen, maar dat hij het wel door de vingers wou zien. Nog erger, meneer nam me zelfs mee achter de schermen van de Bozar! Waar ik naar alle believen foto’s mocht nemen. Had ik wel niet de verkeerde lens mee zeker! Maar wie had dan ook gedacht dat ik daar terecht zou komen. Dus ja, veel foto’s heb ik er niet van, en die die ik heb zijn het tonen niet waard.
Na Filip ging de tocht verder naar de tentoonstelling van Alechinsky, waarvan ik zijn werk had leren kennen via de lessen kunstgeschiedenis. Een mooie tentoonstelling van zijn oeuvre. Ikzelf ben meer een voorstander van zijn zwart-witte werken boven de werken vol kleur. Te cobra-achtig. En blijkbaar is Alechinsky typograaf van opleiding, mooi om weten.
Terug in Antwerpen en na een snelle hap was het tijd voor film. Vanavond op het programma: It’s a free world. Ik ga de film niet uitleggen, je moet maar gaan kijken. Een zeer goede film die blijft nazinderen.
Morgenavond de tentoonstelling van Interiors in de fifty one galleries en vrijdagavond afscheidsdrinkje van Ladodo die een half jaar naar Milaan gaat. Het is me de week wel.
En de wachtruimte van het station is ook niet meer wat het geweest is.

Gisteren met T. en D. naar de opening gegaan in de Lucy.
Pioniers Logan Hicks (US), Swoon (US) en L’Atlas (FR) teisteren de straat sinds jaren met hun stencils, posters en plakbandtekeningen, terwijl illustrators Ephameron (BE), Sebastiaan Van Doninck (BE), Nigel Peake (UK) en Marcus Oakley (UK) op hun eigen manier succesvol aan de weg naar internationale faam bouwen door middel van publicaties, tentoonstellingen en opdrachten. Alle geselecteerde kunstenaars zijn even gedreven om te tonen wat ze graag doen en waar ze bekend voor geworden zijn. Deze kunstenaars zijn dan ook allen professioneel bezig met hun werk en internationaal bekend in het street art / post graffiti / illustratiemilieu, een wereldwijde beweging die sinds eind jaren ’90 ook commercieel succes begint te boeken in galerijen en musea. Deze veelzijdige cross-over tussen high art en low art heeft immers veel potentieel en kan gezien worden als een vervolg op de pop art.
via

Deze keer viel mijn oog op de overgevoelige en gedetailleerde tekeningen van Nigel Peake. Die had voor deze expo een reeks gemaakt rond het thema ‘Schuurtjes’ oftewel ‘Sheds’. Met een miniscuul pennetje, urenlang gezwoeg en evenveel geduld tekent hij een welbepaalde schuur neer. Dit kan zijn in zijn omgeving of alleen de schuur op zich. Daarvan vormen zich dan varianten die hij soms voorziet van ietwat kleurgebruik. De tekeningen bevatten zodanig veel details en geen enkel streepje of stipje is hetzelfde. Van engelengeduld gesproken.
Ik vind het geweldig mooi en het is zeker de moeite om tot het achtste verdiep te gaan, enkel en alleen al om zijn tekeningen te zien.
Nu het solden zijn, is er één boek dat ik zeker kan aanraden. Ik weet niet zeker of dit boek ook onder de solden zal vallen, maar je kan het maar proberen. Atlas, of met ondertitel Atlas of contempory art en dan voornamelijk for use by everyone. Want inderdaad, door de goede structuur kan dit boek gelezen, doorbladerd of bekeken worden door eender wie. Voor degenen die echt op zoek zijn naar iets specifieks tot de mens die maar wat prentjes wil bekijken.
Het boek geeft een overzicht van de hedendaagse kunstscene maar legt verbanden per thema in plaats van chronolisch te werk te gaan. Dat vind ik een zeer interessante aanpak want chronologisch is onlogisch. Zeker in de kunst want een kunstwerk van vandaag kan dezelfde thematiek behandelen als een kunstwerk van de elfde eeuw. Alleen de uitwerking of presentatie is veranderlijk volgens zijn eigen tijdsgeest. 600 werken zijn gegroepeerd onder 79 categoriën die de onderzochte thematiek voorstellen. Daarbij horen dan 50 artikels die een selectie van de desbetreffende werken omschrijven. Zoals de Mnemosyneatlas (Picture Atlas) van Aby Warburg, leggen deze categoriën onderling verbanden tussen de werken. Ook worden de werken vergeleken met werken buiten de categorie en tijdsgeest. Waardoor je in feite een groter geheel voorgeschoteld krijgt dan wat je alleen in het boek aantreft. Het boek, of de atlas, is een interessant overzicht van wat vandaag de dag aan bod komt in de kunst.
De vormgeving (door Grégoire Romefort) is ook mooi, niet spetterend maar toch beter dan het gemiddelde boek dat je tegenwoordig in de boekenhandel ziet. Er is gekozen voor twee soorten papier, een mat en een coated om zo onderscheid te maken tussen prenten en tekstgedeeltes. Alleen jammer dat ze kleinkapitalen zo fout gebruiken. Zo zetten ze de eerste letter van de namen in een nog grotere kapitaal dan de kleinkapitaal. Het is een jammerlijk detail. En ook de rug is op zijn frans gezet. Waardoor je dus de rugtekst niet kan lezen als het boek op tafel ligt.
